1953-1982

De toenemende populariteitvan 'De 3 Fonteinen'.

A black-and-white photo of Gaston Debelder crouching next to a wooden barrel, filling a jug with lambic.

We schrijven 1953. Gaston Debelder en zijn vrouw Raymonde Dedoncker wagen na enig getwijfel de grote stap: ze ruilen de boerenstiel in Elbeek in voor een nieuw leven in het dorp van Beersel. De boerderij was namelijk te klein geworden om de hele Debelder-clan te onderhouden. Zij worden het, die het café en de geuzestekerij van Tisjke Potter overnemen. De naam ‘In de 3 Fonteinen’ hing al aan de gevel, dus die hebben ze gewoon bewaard.

Man filling a glass from a large wooden barrel labeled "G. DRP," with a metal bucket nearby.Gaston Debelder tapt wat lambik van een houten ton.

Na de overname maakt Gaston zich de nobele ambacht van het steken snel eigen. Dat lijkt bizar voor iemand die voordien op het land werkte en geen enkele ervaring heeft, maar de lambikmicrobe zit hem in het bloed. Zijn nonkel Arthur Debelder was eind 19de eeuw al een steker met een zekere naam en faam in Lot. Bovendien was de stap van boer naar geuzesteker in die tijd minder groot dan vandaag het geval zou zijn. Beide vakmannen waren innig verbonden met wat het land opbracht en veel boeren brouwden ook nog zelf tijdens de wintermaanden.

De stap van boer naar geuzesteker was in die tijd minder groot dan vandaag het geval zou zijn.

Na negen jaar, in 1961, koopt de familie Debelder een pand op het kerkplein van Beersel. Het gebouw wordt afgebroken en er komt een nieuw café-restaurant. De naam 3 Fonteinen verhuist gewoon mee, en nu kunnen Gaston en Raymonde het ambitieuzer aanpakken. Meer en meer gedreven door het geuzesteken, graaft Gaston eigenhandig nieuwe caveaus uit onder zijn café. De ideale plek om de geuze rustig te laten gisten en een paar jaar te laten rijpen.

Vintage photo of people gathered around a dining table, with two children at the center, engaged in conversation.Herman Teirlinck met Armand op zijn schoot.

Het café is in de jaren ’60 en ’70 enorm populair. Getuige hiervan is de club van ‘De Mijol’, opgericht door Herman Teirlinck. De schrijver, kunstenaar en homo universalis, brengt er een fine fleur bijeen van Vlaamse literatoren, artiesten, politici en denkers. Mannen als Gerard Walschap, Maurice Roelants, Ernest Claes en Marc Galle slijten uren in de gelagzaal terwijl ze op de mijolbak spelen: een variant van de sjoelbak, met metalen schijven die in één centraal gat gemikt worden.

Herman Teirlinck brengt in café 3 Fonteinen een fine fleur bijeen van Vlaamse schrijvers, artiesten, politici en denkers. Ook de geuze is een onderwerp van gesprek.

De geuze vloeit rijkelijk tussen de politieke discussies door, maar de drank is zelf ook een van gesprek. Teirlinck kent de geschiedenis van het streekbier namelijk als geen ander en zijn invloed op zowel Gaston als Armand, toen nog een klein manneke, is niet te onderschatten. Café 3 Fonteinen wordt ook de vaste stek van veel Brusselaars die in het weekend het dorpsplein overspoelen om een bouteram mè pottekeis en ne guis naar binnen te werken.

Terug naar de volledige tijdlijn